Oud worden
Dat is niet altijd een pretje, dat oud worden! Er zijn van die dagen dat er lichaamsklachten komen. Prostaat, kramp in je kuitbeen 's nachts, algehele stijfheid en soms die duizeligheid. Soms die nare hoofdpijn die zoveel verdacht lijkt op migraine en het net niet is.
Gelukkig zijn er dagen dat het wel prettig is. Dat je baby's geboren ziet worden bij je neefjes (oomzeggers) of bij je jongere collega's. Dat je in gesprekken met (nog) oudere mensen herkenning ziet op eniger wijze.
Dan zijn er momenten die je liever niet meemaakt. Een simpel voorbeeld is het gekrijs en gegil van peuters in trein, metro of tram. Of in Artis, rennen, schreeuwen. Dar wordt ik niet altijd vrolijk van. Maar misschien wordt ik wel een ouwe knar die nergens meer tegen kan?!
Oud worden. Perspectieven worden vaag. Je moet nu door blijven werken tot je 67ste! Als je nog fut hebt mag je in je pensioenjaren genieten van het leven in je vrije tijd. En anders komt heel snel het verzorgings- of verpleeghuis. Tenminste, als die nog bestaan; tenminste: als er nog personeel is. En hoe zal dat personeel zijn? Goed opgeleid of helemaal niet opgeleid? Welke waarden en normen hanteren de verzorgers dan?
Vijftig plus: een spannende tijd. Geloof me!